Politiemannen in verzet

Vrijdag 1 mei 2020 14:39 uur

Nederland

Diefstal

Ontvang updates voor Nederland

Nederland - 75 jaar geleden kwam er voor heel Nederland een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Lange tijd was het oordeel over de rol van blauw inktzwart. Er waren agenten die actief met de bezetter samenwerkten, maar er waren er ook die tegenwerkten. De verhalen van die laatste groep zijn minder bekend.

DIRK BOONSTRA

'Het zou mij spijten als daardoor moeilijkheden komen, maar ik kan niet anders', zei Dirk Boonstra in het gezicht van zijn commandant. Boonstra had net het bevel geweigerd om de zeven Joden die nog in Grijpskerk en het nabijgelegen Niezijl woonden, naar doorgangskamp Westerbork te brengen.

Boonstra was een klassieke veldwachter. Op de fiets door het dorp rijdend en een fraaie snor onder de neus. Een man van weinig woorden, maar wel met veel zorg voor de bewoners in zijn werkgebied. Een principiële man ook. Rechtvaardigheid was een groot goed in zijn ogen. Ongetwijfeld kende hij de Joden uit zijn woonplaats.

Brigade-Grootegast
Dirk was een gerespecteerd lid van de brigade-Grootegast. Na de weigering van Dirk, kreeg de brigadecommandant de opdracht om andere korpsleden voor deze taak aan te wijzen. Maar wat gebeurde er? De gehele brigade – inclusief de brigadecommandant – weigerde. De hele groep moest op het matje komen bij de politiepresident van de noordelijke provincies Y. de Boer. Deze man was een nationaalsocialist en vond dat een opdracht van de Sicherheitsdienst niet genegeerd kan worden. De Boer gaf de elfkoppige brigade bedenktijd. Eén nacht; meer tijd kregen ze niet. Oorspronkelijk was het idee om de brigade hun standpunt te laten heroverwegen in de cel. Volgens Boonstra was dat niet nodig: 'Wij zijn toch kerels en als we zeggen we komen terug, dan komen we terug.'

Die nacht was het een komen en gaan bij het huis van Boonstra. Mensen drukten hem op het hart onder te duiken. De oproep was tegen dovemansoren gericht, want Boonstra was het type 'een man en man, een woord een woord'. De volgende dag stond hij klaar, evenals de tien anderen van de brigade. Het antwoord bleef: nee.
Op 12 maart 1943 werden de politiemannen naar Kamp Vught gebracht.

Onrust
De weigering bleef niet onopgemerkt. Redacteuren van illegale kranten riepen andere agenten op het voorbeeld van hun noordelijke collega's te volgen. Het blad De Stormvogel omschreef de dienstweigeraars als 'politiemannen met ruggengraat'. Een ander effect van de gezamenlijke weigering, is dat er binnen de Groningse politie onrust ontstond. Hierdoor vond De Boer dat hij uitvoerig uitleg over het 'belang' van de bezettingsmaatregelen moest geven. De bezetter zelf ging strenger optreden. Wie voorheen weigerde werd aanvankelijk met rust gelaten, maar vanaf dat moment werd men alsnog gearresteerd.

Lot van Boonstra
Na Kamp Vught gingen de leden van de brigade-Grootegast naar verschillende plekken. Twee van hen werden krijgsgevangen gezet, één moest voor de arbeidsinzet naar Duitsland, vijf werden in augustus 1944 vrijgelaten en drie gingen naar concentratiekamp Dachau. Onder die laatste drie bevond zich ook Dirk. Hij kwam uiteindelijk terecht in werkkamp Hersbruck in Beieren. Op 9 september 1944 overleed hij daar door uitputting.
De weigering door de agenten zorgde er niet voor dat de Joodse inwoners van de gemeente Grijpskerk aan hun noodlot konden ontsnappen. Op 13 maart 1943 werden ze door overvalwagens opgehaald en naar Westerbork gebracht. Binnen drie maanden waren zij allemaal dood.

Het verhaal van Dirk Boonstra en de brigade-Grootegast is onder meer terug te vinden in het boek 'Op eigen gezag – Politieverzet in oorlogstijd', geschreven door Hinke Piersma van het NIOD.

Foto’s: Het WKRegister en de Oorlogsgravenstichting.

JAN VAN DEN OEVER

Na de inval door nazi-Duitsland leek het leven weinig te veranderen, maar in mei 1942 werd de greep van de bezetter op de samenleving steeds krachtiger. Met name de Joodse Nederlanders voelden dat. Een gele ster moest verplicht op hun kleding komen, steeds meer plekken werd verboden gebied, bezit werd in beslag genomen en mensen moesten zich melden om weggevoerd te worden. Het was vanwege die laatste maatregel dat de Amsterdamse inspecteur Jan van den Oever een plek in de geschiedenis kreeg.

Melden voor vertrek? Veel Joden lieten de oproep links liggen. Voor de Duitsers was dit reden om dwingende acties te ondernemen. Op woensdagmorgen 2 september 1942 belde de Duitse politieleiding met de Amsterdamse korpsleiding. De opdracht was duidelijk: lever mensen voor het ophalen van Joden die avond. Plaatsvervangend chef van de afdeling Algemeen Beheer, Hendrik Bessem, kreeg een lijst met namen en adressen van mensen die mee moesten. Agenten in burger haalden die avond uiteindelijk 380 Joden uit huis. Diep in de nacht reden trams de gearresteerden naar het Centraal Station, vanwaar de mensen verder richting gevangenschap of vernietiging werden vervoerd.

Heftige discussie
Van den Oever sprak enkele dagen later tijdens de dienstsport inspecteurs die aan de actie (en een vervolgactie) leiding hadden gegeven. Het werd een heftige discussie over wat je wel of niet moet doen. Van den Oever, een gelovig man, was duidelijk: nooit zou hij zo'n opdracht uitvoeren. Zijn echtgenote stond vierkant achter hem.

Voor het blok
Vrijdagmiddag 11 september 1942 werd Van den Oever voor het blok gezet. Hij kreeg de gevreesde opdracht. Direct kwamen collega's op hem af met het dringende advies de taak toch uit te voeren. De inspecteur hield voet bij stuk. Nee is nee. Op principiële gronden weigerde hij. De volgende dag hoorde hij de consequentie van zijn standpunt: ontslag, op staande voet.

Oneervol ontslag
Ontslag in oorlogstijd was hard. Van den Oever probeerde nog tegen het besluit beroep aan te tekenen, in de hoop desnoods met eervol ontslag te kunnen gaan. Hij had een nieuwe baan nodig, omdat hij een jong gezin had te voeden en voor werklozen gedwongen tewerkstelling in Duitsland dreigde. Wat hij ook vroeg; een reactie kwam er niet. Zijn korpschef deed er zelfs nog een schepje bovenop, zocht contact met de Duitse autoriteiten en zorgde ervoor dat Van den Oever nooit meer binnen de overheid aan de slag kon.

Van den Oever overleefde de oorlog en stierf in 1990. Collega-inspecteurs die in de bezettingstijd anders dachten en/of handelden dan Van den Oever werden na de oorlog door de herinnering aan hun eigen falen gekweld.

Lector politiegeschiedenis Guus Meershoek van de Politieacademie schreef het verhaal van Jan van den Oever op in het boek Bevolen dienst geweigerd.
De moed van Van den Oever werd door het Amsterdamse korps geëerd door het politiegebouw aan de Kabelweg naar hem te vernoemen.


PIET ELIAS (FOTO) EN AREND JAPIN

De Duitse bezetter had een speciale politiedienst opgezet, de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung, die de regie moest voeren over de beroving en deportatie van de joden. Om te beginnen moesten ingehuurde krachten vastleggen wat de Joodse bevolking aan spullen thuis had liggen, in het bijzonder waardevolle spullen als sieraden en kunstwerken. Maar bezetter vertrouwde de helpers niet helemaal. Hij verdacht hen er van spullen te stelen en steekpenningen aan te nemen. De controleurs moesten gecontroleerd worden. 'Wie kan die klus beter klaren dan de politie', dacht de bezetter. Dus kreeg de hoofdelijke recherche in februari 1942 een telefoontje.

Beginnend rechercheur Arend Japin leek de aangewezen man voor deze klus. Hij kwam uit de Overijsselse grensstreek en sprak daardoor een aardig mondje Duits. Wat de nazi´s niet wisten, was dat hij met grote twijfel naar Duitsland keek. Als jongen had hij al meegekregen wat er in het buurland gebeurde. Samen met de wat oudere collega Elias kreeg hij de opdracht de controleurs in de gaten te gaan houden. Het bleek een klus te zijn die zou leiden tot een verhaal dat zich bijna kan meten aan dat van de Soldaat van Oranje.

'Heulen' met de vijand
Elias en Japin bespraken de opdracht. Zij voelden er niet veel voor; het voelde als heulen met de vijand. Wat de nazi's precies van plan waren met de Joden, was hun nog niet duidelijk. Ze besloten de taak aan te nemen, vooral in de verwachting iets te kunnen doen tegen de misdragingen van de ingehuurde controleurs.

De controleurs van de Zentralstelle werkten adressenlijsten af die opgesteld waren door het Bevolkingsregister. De twee rechercheurs kregen deze lijsten ook. Ze merkten dat Joden machteloos stonden tegenover controleurs die waardevolle zaken ontvreemdden. Elias en Japin besloten daar wat aan te doen. Door de lijsten konden ze saboteren. Ze gingen de avond voor een controle bij mensen langs en waarschuwden hen om kostbaarheden tijdelijk bij anderen onder te brengen.

Diefstal uit de kaartenbak
Elias' schoonvader was Joods en stond zo ook geregistreerd. Toen duidelijk werd dat joden werden weggevoerd, besloten beide dienders hem te helpen. Daarvoor moest zijn persoonskaart in het Bevolkingsregister worden gewijzigd en het afschrift in de cartotheek van de Zentralstelle verdwijnen. Het eerste lukte met hulp van een medewerker van het Bevolkingsregister. Probleem was de kaartenbak in de Zentralstelle. Duitsers lieten daar praktisch niemand toe; zelfs niet Nederlandse politie. Elias observeerde de typistes van de dienst. Het viel hem op dat als zij 's middags gingen lunchen, één vrouw achterbleef om een oogje in het zeil te houden. Tijdens een van die pauzes moest zij naar het toilet. 'Geen probleem, ik let wel even op', gaf Elias aan. In dat onbewaakte moment griste hij de kaart van zijn schoonvader weg.

Spion en informant
Toen de wegvoering van joden in volle gang was, kwamen de twee in contact met een lid van de Joodse Raad die bijstand mocht verlenen aan de slachtoffers. Door hun positie beschikten de twee rechercheurs over informatie, waardoor de bezetter afgetroefd kon worden. Nieuwbakken spionnen en informanten Japin en Elias gingen het als hun plicht zien om zoveel mogelijk mensen te helpen. De twee draaiden ook diensten bij de Hollandsche Schouwburg waar Amsterdamse joden verzameld werden voor wegvoering naar het doorgangskamp Westerbork. Vooral Elias wist Duitse bewakers te misleiden en zo mensen uit de schouwburg te krijgen. Joodse kinderen werden naar een crèche buiten de schouwburg geleid, om vervolgens door het verzet naar onderduikadressen te worden gebracht.

Opgepakt
Elias reed op 17 november 1944 van Alkmaar naar Amsterdam voor een voedsel- of wapentransport. De Duitse politie was hier echter van op de hoogte en pakte hem op. Japin was het maatje van Elias, dus ook hij was direct verdacht. Japin voelde de hete adem van de nazi's in zijn nek en dook onder. Elias werd op 15 december doodgeschoten. Zijn dood vormde voor Japin aanleiding om vol in het verzet te gaan. Ondertussen maakten foute collega's jacht op hem. Hij overleefde de laatste oorlogsmaanden en keerde terug bij de politie, waar hij onder meer onderzoek deed naar collaborateurs en later de opleiding van agenten verzorgde. In 1975 overleed hij aan een spierziekte.

Guus Meershoek, lector politiegeschiedenis aan de Politieacademie, schreef met twee collega’s over Elias en Japin. In hun boek getiteld In de frontlinie wordt beschreven hoe Japin na de oorlog worstelde met angst, herinneringen aan zijn verzetswerk en schuldgevoelens over zijn werk voor de Zentralstelle. Hij wist dat hij veel Joden had gered, maar ook dat hij een onderdeel van het vervolgingsapparaat was geweest. Hij kreeg in het herinneringscentrum Yad Vashem in Israël de titel 'Rechtvaardige onder de volkeren'.

Foto's:  Familie Elias

Bekijk al het lokale nieuws van Nederland

Politiemannen in verzet

Meer meldingen in deze omgeving

Politienieuws
Woensdag 29-7-2026
Nederland


Politienieuws
Maandag 20-7-2026
Nederland


Politienieuws
Vrijdag 3-7-2026
Nederland

Politienieuws
Woensdag 1-7-2026
Nederland


Politienieuws
Vrijdag 29-5-2026
Nederland

Direct een e-mail ontvangen bij nieuwe meldingen in deze regio?

Meld je dan GRATIS aan voor de Oozo Alert service voor Nederland

Instellen

Meer nieuws in Nederland

Weten hoe eenvoudig het is om af te vallen? Zonder pillen en smeersels en zonder je in het zweet te werken!
Kijk op eenvoudig-afvallen.nl

© 2012 - 2026 OOZO.nl - info@oozo.nl - Gegevens verwijderen? | Disclaimer | Privacy statement