Dinsdag 27 januari 2026 19:00 uur
De Bilt
Ontvang updates voor De Bilt
Een vrouw komt met een jongetje dat ik op een jaar of tien schat komen bij me op het bankje zitten. Ze lijkt zo uit de zeventiger jaren van de vorige eeuw gestapt te zijn. Ze heeft een cape om en je kunt wel zien dat ze niet slank is, maar of ze gezet is zie je met die cape niet zo. Haar wat nonchalant zittende haar is felrood van de henna. Het maakt haar gezicht wel wat bleekjes. Een achtergebleven hippie, is mijn eerste gedachte. Dat is nog niet zo gek gedacht, want de vrouw vertelt dat ze in haar jonge jaren inderdaad actief deelnam aan de flowerpower. ‘Ik heb op de Dam en later in het Vondelpark geslapen, meegedaan aan demonstraties tegen de oorlog in Vietnam en ook nog in een kraakpand in Amsterdam gewoond. De gemakkelijke levensstijl van toen heb ik nog steeds een beetje.’ De jongen naast haar is haar kleinzoon. Duidelijk van een andere generatie. Glimmend, stijf van de gel rechtop staand haar en eigenwijze pretoogjes. Zijn oma noemt hij Katrien. ‘Bo is heel creatief, dat heeft hij een beetje van mij en m’n man’, zegt de vrouw met enige trots. ‘Daarom komt hij ook graag bij me en dan maken we van alles. Straks gaan we een brood bakken.’ De jongen keek tot nu toe wat onverschillig voor zich uit, maar houdt zijn oma wel bij de les. ‘Je zou toch een krentenbrood maken, Katrien’, zegt hij kennelijk denkend dat ze dat vergeten was. Ze moet er hartelijk om lachen. ‘Natuurlijk Bo, met heel veel krenten en rozijnen. We bakken er twee en één nemen we dan mee voor je vader en moeder.’ De jongen is gerustgesteld en gaat met een spelcomputer aan de gang. ‘Mijn zoon en zijn vrouw werken allebei en Bo is daarom veel bij ons.’ Ze is duidelijk trots op de jongen. ‘Hij is heel muzikaal en samen spelen we af en toe gitaar. Alleen van mijn zang houdt hij niet zo, hè Bo, zegt ze naar de jongen kijkend. ‘Hij kan leuk rappen, maar daar hou ik weer niet zo van. Mijn man is beeldhouwer en heeft een paar jaar geleden een mooi beeld van Bo gemaakt. Zelf vindt hij dat het niet lijkt, maar ik vind het heel erg mooi. Ik zie Bo trouwens geen beeldhouwer worden, daar heeft hij het geduld niet voor, maar tekenen kan hij heel goed.’ De vrouw rommelt wat in de grote boodschappentas die ze bij zich heeft. ‘Zie je wel, toch nog wat vergeten. De eieren.’ De jongen wil die wel even gaan halen. Ze geeft hem geld om tien eieren te kopen en weg is hij. De vrouw kijkt hem vertederd na tot hij uit het zicht is verdwenen. ‘Hij lijkt helemaal niet op mijn zoon. Die werkt bij een accountskantoor en is heel serieus. Net als mijn schoondochter trouwens. Hij is altijd keurig in het pak en zij altijd volgens de laatste mode gekleed. Misschien is het wel de reactie op onze manier van leven. We hebben Joep antiautoritair opgevoed en hij heeft ervan gemaakt wat hem goeddunkt. Hij is gewoon veel serieuzer en zij heeft een beetje hetzelfde karakter. Maar ach, zij zijn gelukkig op hun manier en wij op de onze, maar we respecteren elkaar.’ Na een kwartiertje, waarin de vrouw openhartig over haar leven vertelt, komt Bo weer terug met de eieren en het wisselgeld. Hij wil zijn spelcomputer weer oppakken, maar de vrouw vindt dat ze nu wel lang genoeg op het bankje heeft gezeten. ‘Kom bakkertje, we moeten aan de slag.’
Lees het volledige artikel bij de bron
Bekijk al het lokale nieuws van De Bilt