Zondag 8 september 2019 om 20:03
Afkomstig van Twitter
Ter terechtzitting heeft de raadsman gesteld dat de conclusie van de rechtbank dat de aanwezigheid van leverweefsel, spierweefsel en bloed van [slachtoffer] op kogel AAIT3977 betekent dat dit slachtoffer met deze kogel is doorschoten, niet getrokken kan worden op basis van de forensische onderzoeksbevindingen. Het in dit verband gedane verzoek tot nader RNA-onderzoek aan het shirt van [slachtoffer] is door de raadsman in voorwaardelijke vorm gedaan. Indien alle procespartijen ervan uitgaan dat niet uitsluitend op basis van het aantreffen van RNA-materiaal op de kogel AAIT3977 de conclusie kan worden getrokken dat er sprake is van een doorschot kan dit verzoek komen te vervallen. Indien dit niet het geval is wil de raadsman door middel van nader onderzoek het RNA-materiaal op het shirt vergelijken met het RNA-materiaal op de betreffende kogel, om aan te tonen dat het RNA-materiaal op de kogel terecht kan zijn gekomen via de wond die ook heeft geleid tot de aanwezigheid van RNA-materiaal op het shirt, zodat reeds daarom de door de rechtbank getrokken conclusie onjuist is.
Nijmegen